powered by Footsteps

Banden worden aangelegd bij sfeervol jubileum Slikker en De Kleijn (18-04-2016)

Wat een feest en samenzijn, woensdagmiddag 13 april in het clubhuis van onze eigen Paperclip. Op uitnodiging van het bestuur van de Algemene Sportvereniging UVV waren meer dan zestig prominente UVV-ers (plus aanhang) aanwezig. Doel van de bijeenkomst: Rob Slikker (60 jaar lidmaatschap) en Fred de Kleijn (ruim 50 jaar lidmaatschap) in het zonnetje zetten.

Prettige bijkomstigheid van deze speciale middag was dat de band weer eens kon worden aangehaald. Vele handen werden geschud, vele vrouwen waren meegekomen met hun mannen. Veel respect verdiende de aanwezigheid van Cock van Wiggen, 87 jaar oud inmiddels. Met die gezegende leeftijd stak hij iedereen naar de kroon.
Maar van enige competitiesfeer was geen sprak op deze mooie, zonnige middag. Welkom geheten door Rob Hoogkamer en Raymond Woesthoff (namens het hoofdbestuur van de ASV) vonden de aanwezigen hun plek of hun maatjes van vroeger. Na de lunch werd overgegaan naar het officiële gedeelte.
Dat behelsde uiteraard de twee jubilarissen Rob Slikker en Fred de Kleijn. Aan Maarten van der Stoep de eer beiden te portretteren en hun de plek te geven in de geschiedenis van UVV (Voetbal) die ze verdienen.
Het gezin Slikker kwam vanuit Alkmaar naar Utrecht (Dickenslaan) en vond al snel een plek in de UVV-familie. Vader Slikker, die tevens pedagogische talenten bezat, werd trainer en ook de zonen Ron en Frank gingen bij UVV voetballen.
Rob Slikker stootte door naar de A-junioren (nu A1) en speelde met gekende talenten als Joop van Amerongen, Peter van Santen, Piet la Croix en Rob Zomer. Maarten: ‘En de rest waren waterdragers, zou René Wilschut zeggen.’ Op 17-jarige leeftijd stond Rob in het eerste elftal, dat destijds uitkwam in de Eerste Klasse – de top van amateurvoetbal - en behoedde UVV met zijn ploeggenoten voor degradatie.
Lang speelde Rob overigens niet in het vlaggenschip van UVV. De avond-HBS en de studie aan het KNMI kostten veel tijd. Rob blonk niet alleen uit in meteorologische kennis (uiteraard), maar ook in andere sporten als schaatsen en wielrennen. Tegenwoordig is hij elke dinsdagmorgen te vinden op de tennisbaan en heeft Slikker naar eigen zeggen ‘een goede balans gevonden tussen zijn ziekte en de medicatie’.
Maarten, tot slot: ‘Ik hoop je nog vele jaren actief te zien op de tennisbaan en ik wens je nog een mooie toekomst, samen met Paula. ‘
Fred de Kleijn kwam in 1965 van Velox (nu opgegaan in fusieclub VSC) naar UVV. ‘Met jou kregen we niet alleen een eerste elftalspeler, maar ook een clubman’, memoreerde Maarten. ‘Anneke en de kinderen werden ook lid en waren ook actief betrokken bij de club.’
Het UVV-virus bij Fred was blijkbaar zo groot, dat hij meerdere spelers van Velox overhaalde lid te worden van UVV. Maarten, humoristisch: ‘Het werden er zoveel dat het je zelfs je plaats kostte in het eerste elftal. Of je clubliefde zover reikte, betwijfel ik.’
Er werd op enig moment zelfs gesproken over een Velox-kliek, maar dat ging Maarten te ver. ‘De hele vereniging draait op deze jongens en meisjes. Een zegen voor de club.’ Waarna de discussie werd gesloten. ‘De sportopleiding kregen ze bij Velox en UVV mocht er later van profiteren.’
Uitgebreid aan bod kwam ook het moment dat een hele generatie stopte bij het eerste elftal en lager ging voetballen. Dat resulteerde in het legendarische (kampioens-)team waar onder meer Jan Ouwerkerk leider van was. Het beleid van toelating en het maken aan de opstelling (alfabetisch) bleef overeind, hoezeer ook Fred en – in mindere mate – Jan Straub dat naar hun hand probeerden te zetten.
Eventueel resterend oud zeer werd ter plekke, op deze woensdagmiddag, uit de wereld geholpen. Maarten en Fred waren het niet altijd eens over het te voeren beleid (zaterdag/zondag) bij UVV Voetbal en stonden daarbij wel eens tegenover elkaar. ‘Ik kan er nog steeds niet bij dat een democratisch genomen besluit een einde maakt aan vriendschappen’, aldus Maarten, die zich uitstekend van zijn taak kweet. ‘Maar Fred, ik geef je de hand. Laten we er voorgoed een streep onder zetten.’ Alzo geschiedde, waarna luid applaus volgde.
Waarna De Kleijn in zijn dankwoord onder meer onderstreepte dat bijeenkomsten als deze wat vaker op de agenda mogen komen. ‘Vroeger hadden we de soosmiddagen, maar die zijn verdwenen. Het moet toch lukken om tenminste eenmaal per jaar in eenzelfde setting bijeen te kunnen komen. Hopelijk is deze middag het begin van een mooi traditie.’
terug